Alle artikelen
Applicaties

Statusvragen van klanten: hoe je 'waar staat mijn dossier?' uit je inbox haalt

Klanten vragen naar hun dossier omdat het te lang stil is. Drie stappen om die vraag voor te zijn, nog voor je aan een klantenportaal denkt.

"Waar staat mijn dossier?" is geen vraag over je dossier. Het is een vraag over je stilte.

Je klant belt niet omdat hij nieuwsgierig is. Hij belt omdat het langer stil is dan hij verwachtte, en niemand hem zei dat het zo lang zou duren. Jij zoekt het op, antwoordt in twee minuten, en drie weken later belt dezelfde klant opnieuw. Het antwoord was correct. Het probleem was nooit het antwoord.

Je belt bpost ook niet

Niemand belt bpost om te vragen waar zijn pakje is. Niet omdat het pakje sneller komt, maar omdat je bij elke stap een bericht krijgt: verzonden, in het sorteercentrum, morgen tussen negen en één. Je weet wat er gebeurd is, wat er nu komt en wanneer.

Meer wil je klant over zijn dossier ook niet weten. Bij de meeste KMO's krijgt hij het alleen als hij erom vraagt.

Statusvragen oplossen is dus niet sneller antwoorden. Het is antwoorden voor de vraag komt.

Eén toetsvraag

Hoeveel dagen zit er tussen twee berichten van jou aan een klant met een lopend dossier?

Neem vijf lopende dossiers en zoek in je mailbox het laatste bericht dat je uit jezelf stuurde, niet als antwoord op een vraag. Ligt dat verder terug dan de tijd waarin je klant iets van je verwacht, dan weet je waar je statusvragen vandaan komen. Bij een werf is dat misschien een week. Bij een aangifte misschien een maand. Het getal zelf is minder belangrijk dan het verschil met wat de klant verwacht.

Stap 1: geef je statussen een naam

In de meeste kantoren bestaat de status van een dossier alleen in iemands hoofd. "Dat ligt bij mij" is geen status. "Ik wacht nog op iets van de bank" ook niet.

Schrijf de vijf tot zeven stappen op die bijna elk dossier doorloopt, in de taal van je klant en niet in je interne vaktaal. Voor een boekhoudkantoor kan dat zijn: wacht op jouw stukken, in verwerking, klaar om na te kijken, ingediend, wacht op antwoord van de fiscus, afgerond. Voor een installateur: offerte aanvaard, materiaal besteld, ingepland, uitgevoerd, opgeleverd.

Wat hoort er bij elke status? Wat er gebeurd is, wat er nu komt, wanneer de klant opnieuw van je hoort, en wat hij zelf nog moet doen. Dat laatste is vaak het belangrijkste, en het is de kant waar je nu zelf op documenten zit te wachten.

Leg die status vast op de plek waar je al werkt: een veld in je CRM, een kolom in je planning, desnoods een gedeelde Excel. Staat de status vandaag alleen in een mailbox, dan is dat het eerste werk. Een bericht kan pas vertrekken als iets weet dat er iets veranderd is.

Stap 2: één vast bericht per statuswijziging

Verandert de status, dan krijgt je klant een bericht. Altijd hetzelfde, één keer goed geschreven, daarna eindeloos hergebruikt.

Dat klinkt onpersoonlijk. Dat is het een beetje, en een klant die je goed kent, mag gerust een woord extra krijgen. Maar een vast bericht dat op tijd komt, voelt persoonlijker dan een warm bericht dat pas komt als hij erom vraagt.

Mag zo'n bericht vanzelf vertrekken? Wat 99% van de keren dezelfde afloop heeft, mag dat. "Je aangifte is ingediend" is zo'n bericht. Alles met een prijs, een belofte of inhoudelijk advies erin zet je klaar en lees je na voor het vertrekt.

Het waardevolste bericht is trouwens het bericht wanneer er níéts verandert. "Je aangifte ligt nog bij de fiscus. Dat duurt gewoonlijk enkele weken; je hoort van ons zodra er antwoord is." Spreek per status af hoe lang hij mag blijven staan. Gaat die termijn voorbij zonder wijziging, dan vertrekt dat bericht toch. Precies op dat moment zou je klant anders bellen.

In ons eigen bedrijf krijgt wie het contactformulier invult meteen een bevestiging, met een knop naar WhatsApp voor wie niet wil wachten. Dat is de kleinste versie van hetzelfde idee: de eerste statusvraag ("is mijn bericht wel aangekomen?") wordt nooit gesteld.

Wat ik nog niet weet: waar de grens ligt tussen geïnformeerd en overspoeld. Voor één pakje krijg je van bpost al snel een handvol berichten, en dat stoort niemand. Voor een dossier van drie maanden zou ik me houden aan berichten met een datum of met iets wat de klant zelf moet doen. Of dat ook na een jaar nog gelezen wordt, zal de praktijk moeten tonen.

Stap 3: pas dan een overzicht per dossier

Zijn je statussen benoemd en vertrekken je berichten vanzelf, dan is een overzicht nog maar een kleine stap: één pagina per dossier met dezelfde statussen, de documenten die al binnen zijn en wat er nog ontbreekt.

Begin daar niet mee. Ook al levert een portaal mij meer op.

Een portaal op statussen die niemand ooit benoemd heeft, toont niets bruikbaars. Je klant logt één keer in, ziet "in behandeling" en belt alsnog. Wanneer een portaal wél loont, en wat het kost, staat in ons stuk over een klantenportaal voor je KMO.

Het moment komt meestal vanzelf. Klanten met meerdere dossiers tegelijk, documenten die heen en weer gaan, mensen die zelf iets willen opzoeken in plaats van te wachten op jouw bericht. Dan is een applicatie op maat de logische volgende stap, gebouwd op de statussen die je in stap 1 al vastlegde. Dat werk is dan niet verloren; het is het fundament.

Wat je maandag zelf kan doen

Tel deze week elke statusvraag die binnenkomt, per mail, per telefoon of via WhatsApp. Noteer er telkens bij in welke fase het dossier op dat moment zat.

Na vijf werkdagen zie je één fase die eruit springt. Meestal is het een fase waarin jij wacht op iemand anders: de klant, een leverancier, de overheid. Voor die fase schrijf je je eerste vaste bericht, inclusief de versie voor als er niets verandert.

Breng die telling mee naar een gratis strategiegesprek. Na dertig minuten weet je of een paar vaste berichten volstaan, of dat je klanten echt een plek nodig hebben om zelf te kijken.

Benieuwd wat dit voor jouw bedrijf betekent?

Plan een gratis strategiegesprek van dertig minuten. We brengen je grootste groeikansen in kaart, met concreet advies om mee te nemen.